Splitsen woningen als oplossing tekort? Bewoners zien het niet zitten
Gepubliceerd op: 15-08-2021

Al 31 jaar woont Rob Ferencik in een huurwoning in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar hij het prima naar zijn zin heeft. Toch staat het woonplezier de laatste tijd flink onder druk. 

“Er wordt hier in de buurt al een tijd van alles verkamerd. De woningcorporaties verkopen eengezinswoningen en elke keer komt er een opgesplitste woning voor terug”, zegt hij, terwijl hij in de straat zo zes huizen aanwijst waar dat is gebeurd. 

Wat is woningsplitsen?

Het opdelen van woningen gebeurt op verschillende manieren. Als eerste heb je het woningsplitsen. Daarbij worden er meerdere zelfstandige appartementen gemaakt van een woning. Vaak is dit een gezinswoning met meerdere verdiepingen. Elk appartement krijgt dan een eigen adres.

Een andere mogelijkheid is verkameren. Daarbij krijg je meerdere huurders in een woning. Zij delen vaak een woonkamer, badkamer en keuken.

Als laatst wordt er in veel steden gedaan aan optoppen. Dat wil zeggen dat er een kleinere woning bovenop een bestaand huis wordt gebouwd.

Bij de onderzoeken die het opsplitsen van woningen als een oplossing voor het woningtekort zien, wordt vooral gedacht aan de eerste oplossing waarbij er zelfstandige appartementen ontstaan.

Geluidsoverlast

In de opgesplitste en verkamerde woningen komen vaak jongeren en studenten terecht. Daardoor verandert ook de manier waarop er geleefd wordt in de wijk, vertelt de bewoner. 

“Je hebt vooral in de avonden vaak feesten. Dan zie je ze van dakterras naar dakterras lopen. Even later komt dan de politie en is het weer even stiller, maar de volgende dag is het gewoon weer raak”, zegt Ferencik. 

Stoep vol fietsen

Toch is het niet alleen de geluidsoverlast van de nieuwe jongere bewoners. Een wijk moet de extra drukte ook gewoon aankunnen. “Je hebt hier in de buurt hele stoepen waar je niet meer overheen kunt lopen door de fietsen. Daar kunnen zij niets aan doen, het is volkomen logisch dat je de fiets voor de deur wilt zetten. Maar dan moet een wijk er wel op ingericht zijn”, aldus de bewoner. 

Volgens hem wordt de ‘sociale samenhang de nek omgedraaid’. “Bewoners die er maar kort zitten investeren zelf ook niet in de buurt. Huizen worden minder goed onderhouden en ook afval wordt minder goed opgeruimd”, klaagt hij. 

Niet alleen in Amsterdam

Er zullen mensen zijn die denken ‘dan moet je niet in Amsterdam willen wonen’, maar deze discussie speelt in steden door heel Nederland. Groninger Henri van Hoeve kreeg in 2015 ook te maken met een gesplitste woning naast zijn huis. 

“Eerst woonde daar een gezin. Maar het huis werd verkocht aan een vastgoedontwikkelaar. En hij had er meteen plannen mee.” De woning aan de voorkant zou worden gesplitst, om er zes studenten te huisvesten. De werkplaats achter het huis zou worden omgebouwd tot twaalf studentenkamers. 

Ander levensritme

Het lukte Van Hoeve om de splitsing van de woning te voorkomen, met hulp van zijn buren en een beroep op regels van de gemeente Groningen. Over het ombouwen van de werkplaats tot een complex met meerdere verdiepingen loopt het hoger beroep nog steeds. 

“Ik heb er alle begrip voor dat studenten en jongeren ook ergens moeten wonen. Maar wij gaan opeens van een gezin naast ons naar een complex waar zo’n 18 studenten in kunnen”, verklaart hij zijn verzet. 

“Er staan opeens veel fietsen voor de deur, alle studenten ontvangen eigen bezoek en ook het levensritme is gewoon heel anders dan van de werkende mensen om zo’n woning heen”, schetst hij zijn bezwaren. 

En toch is het de oplossing

De overlast ten spijt, het opsplitsen van woningen is volgens onderzoekers een heel goede oplossing om het woningtekort in Nederland aan te pakken. 

Nederlanders wonen gemiddeld op zo’n 65 vierkante meter per persoon. Dat is veel meer dan in landen om ons heen en ook meer dan vroeger. Dit komt onder andere doordat we meer eenpersoonshuishoudens hebben.

Duizenden extra woningen

En daar moet echt naar gekeken worden, stelt Frank Wassenberg van kennisinstituut Platform 31. “Het zijn vaak eengezinswoningen waar vroeger het hele gezin woonde. Maar inmiddels zijn we met z’n tweeën of alleen over. Gebruik dan alleen de benedenverdieping van zo’n huis. Dan kunnen er op de bovenverdieping toch ook mensen wonen.”

Volgens de onderzoeker kunnen er op die manier jaarlijks zo’n 15.000 woningen extra gerealiseerd worden, voor starters bijvoorbeeld. 

Vraagstuk voor gemeenten

Gemeenten worstelen ermee. In steden als Utrecht, Den Haag, Groningen en Arnhem is de woningnood groot. In de afgelopen jaren hebben ze allemaal beleid ingevoerd om het opsplitsen van woningen moeilijker te maken. 

Dat deden ze omdat eengezinswoningen in sommige wijken te snel verdwenen. Bovendien stegen de huren van de opgesplitste woningen, die niet zelden in bezit zijn van beleggers. Daar kwamen ook nog eens de geluidsoverlast en andere problemen bij. 

Onderzoeker Wassenberg zou liever een andere aanpak zien. “Als je al meteen begint te denken vanuit overlast of mogelijke overlast, dan moet je die aanpakken. Maak regels voor de excessen maar timmer niet op voorhand alles al dicht waarmee je deze oplossing in de weg staat.”

Huidige bewoners blij met strenger beleid

Bewoners Ferencik en Van Hoeve zijn juist blij met een strengere kijk op het woningsplitsen. “Een wijk is op zijn best als het een beetje gemengd is. Wanneer je woningsplitsen de vrije hand geeft krijg je alleen maar jongeren en studenten. Dat hebben we in Groningen in meerdere buurten gezien”, vertelt Ten Hoeve. 

Ferencik hoopt vooral dat strenger beleid ervoor zal zorgen dat zijn wijk wat rustiger wordt en dat hij bewoners weer gaat herkennen. “Je merkt nu dat je steeds minder contact hebt met de bewoners”, besluit hij. 

Ga naar de bron