Deze 7 klimaattermen ga je de komende dagen vaak horen (en dit betekenen ze)
Gepubliceerd op: 31-10-2021

We beginnen met een woord dat je heel veel hoort als het over het klimaat gaat.

1. Broeikasgassen

Dat de aarde opwarmt, komt omdat we te veel broeikasgassen uitstoten. Er zijn verschillende broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO2), methaan en lachgas. CO2 is de bekendste. Dat gas komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en aardgas.

Op zich is er niks mis met CO2. Sterker nog: zonder CO2 zouden we niet op aarde kunnen leven. Het houdt namelijk de warmte van de zon vast in de atmosfeer. Zonder broeikasgassen zou het hier -18 graden Celsius zijn. 

Maar een teveel aan broeikasgassen is niet goed en dat is precies wat er nu wél gebeurt: we stoten teveel CO2 uit en dat proces is al even gaande. Omdat er nu veel meer CO2 in de atmosfeer zit dan pak ‘m beet 140 jaar geleden, warmt de aarde steeds verder op: het (extra) broeikaseffect.

2. Fossiele brandstoffen

Dat zijn steenkolen, bruinkool, olie en aardgas; stoffen die in de loop van miljoenen jaren zijn ontstaan uit resten van planten en dieren. Zolang je ze in de grond laat, vormen ze geen probleem. Maar als je kolen, olie en gas massaal verbrandt (zoals we nu al 150 jaar doen), komt er veel te veel CO2 in de lucht. Met als gevolg de opwarming van de aarde.

3. Stikstof

Je hoort de laatste jaren ook veel over stikstof en dat Nederland een stikstofprobleem heeft. Dat klopt, want ook van dit gas stoten we teveel uit. Toch heeft stikstof niks te maken met klimaatverandering.

Stikstof is namelijk geen broeikasgas dat de aarde opwarmt, zoals CO2. Waarom we dan toch van stikstof af willen? Omdat een teveel aan stikstof ervoor zorgt dat de bodem verzuurt, wat er weer voor zorgt dat bepaalde planten, zoals brandnetels, extra hard groeien. Daarmee overwoekeren ze andere planten, en als gevolg daarvan verdwijnen leefgebieden voor kwetsbare insecten en dieren.

Bovendien is te veel stikstof niet goed voor onze gezondheid, onder andere omdat het fijnstof kan vormen als het reageert met ammoniak.

4. Klimaatverandering

Door een overschot aan broeikasgassen in de lucht stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde. Die opwarming zorgt voor veranderingen in het klimaat, zoals veranderingen van windrichtingen, neerslag en zeestromingen. Klimaatverandering beïnvloedt extreme weersomstandigheden, zoals orkanen en hittegolven.

Ook het water in de zeeën en oceanen warmt op. Zeewater dat opwarmt zet uit, waardoor de zeespiegel stijgt. Ook smeltende ijskappen en gletsjers dragen daar aan bij. Dat kan enorme consequenties hebben voor inwoners van landen met kustlijnen. 

5. Klimaatneutraal

Klimaatneutraal betekent dat er geen broeikasgassen vrijkomen bij een dienst, handeling of product. In de praktijk komt het er echter vaak op neer dat niet klimaatneutraal, maar klimaatcompensatie wordt bedoeld. 

Dat zie je bijvoorbeeld bij vliegreizen: de uitstoot van het vliegtuig – althans, jouw deeltje daarvan – kun je compenseren door een klein bedrag extra te betalen voor je ticket. Daarmee worden dan bijvoorbeeld bomen aangeplant. Op papier klopt dat sommetje, toch is deze uitleg van ‘klimaatneutraal’ omstreden.

Energie uit zonnepanelen en windmolens wordt soms ook als klimaatneutraal aangeduid. Dat klopt niet helemaal, omdat bij de productie van het zonnepaneel of de windmolen zelf wel energie is gebruikt, inclusief CO2-uitstoot. Die energiebronnen zijn wel ‘hernieuwbaar’.

6. Hernieuwbare energie

Hernieuwbare energie wordt ook wel duurzame of groene energie genoemd. Hernieuwbare energie heet zo, omdat het afkomstig is van bronnen die constant worden aangevuld, zoals de wind, zon, waterkracht en aardwarmte.

Die bronnen zijn er oneindig, in tegenstelling tot fossiele energie, waarvoor je kolen, olie of gas moet verbranden. Bij die verbranding verdwijnt telkens een deel van de voorraad én komt er nog meer CO2 in de atmosfeer, wat bijdraagt aan het broeikaseffect.

7. Biodiversiteit

Biodiversiteit geeft aan hoeveel soorten bloemen, planten, vogels, vissen, insecten en andere dieren er aanwezig zijn in een gebied. Door klimaatverandering staat de biodiversiteit wereldwijd onder druk. Door droogte of hitte zijn miljoenen soorten met uitsterven bedreigd.

Biodiversiteit is van cruciaal belang voor de mens, omdat het bijvoorbeeld zorgt voor eten en zuiver water. Denk bijvoorbeeld ook aan de bijen die planten en bomen bestuiven, zodat nieuw leven kan ontstaan.

Ga naar de bron