Benzineprijs soms veel hoger dan geadviseerd: ‘Dit is nieuw’
Gepubliceerd op: 28-06-2021

Aan het begin van de coronapandemie zijn de brandstofprijzen flink ingestort omdat de vraag enorm afnam, maar daar is intussen niks meer van te merken. De adviesprijs voor een liter benzine staat op 1,93 euro. Voor diesel is dat 1,57.

Dat komt vooral door de hoge olieprijzen en de verwachting dat die olieprijzen blijven stijgen, zegt Paul van Selms, eigenaar van United Consumers. Zijn consumentenorganisatie houdt de brandstofprijzen altijd scherp in de gaten en berekent elke dag de gemiddelde landelijke adviesprijs voor benzine, diesel en LPG.

Flink boven adviesprijs

Niet gek dus dat je flink in de buidel moet tasten bij de pomp, wil hij maar zeggen. Maar wat niet zo vaak voorkomt is dat er op sommige plekken veel meer gevraagd wordt dan de adviesprijzen. Soms komt er wel 7 of 8 cent bovenop.

Meestal is het andersom en gaan tankstations juist wat onder de adviesprijs zitten. Dat doen de meeste tankstations weliswaar nog steeds. Maar op de snelweg kan je zomaar meer dan 2 euro kwijt zijn. “Wat wij nu zien – en dat is best nieuw – is dat vooral snelweglocaties in dit geval forse prijsdiscriminatie doorvoeren”, zegt Van Selms. 

Op sommige momenten op de dag schoeven de snelwegstations de prijs dus op en vragen veel meer dan de adviesprijs. “Vroeger was dat misschien 1, 2 cent maar je ziet nu dat het meer dan 7 cent is”, zegt Van Selms.

Extreem duur langs de snelweg

Vaak gebeurt dat ‘s nachts bij tankstations die 24 uur open zijn. “Die zullen denken, de mensen die dan tanken die hebben behoefte aan brandstof en kijken niet naar prijs dus het is mogelijk om dan meer te vragen voor een liter benzine”, aldus Van Selms.

Wie soms wel twee dubbeltjes per liter goedkoper uit wil zijn kan ook ‘s nachts het beste even van de snelweg af. 

Langs de snelweg kan de prijs best nog een tijdje hoog blijven, denkt Van Selms, er is niet veel aan te doen. “Het is een vrije markt, dus je kan meer vragen maar ook minder”, zegt Van Selms. 

In het algemeen denkt hij dat we eraan moeten wennen dat de benzineprijs eerder zal blijven schommelen tussen de 1,75 en 2 euro dan dat hij weer snel onder de 1,75 duikt. 

Invloed op de koopkracht

Ook in Den Haag wordt goed op de hoge brandstofprijzen en op de eventuele gevolgen daarvan voor de autorijder gelet. “Het kabinet onderkent dat de hogere brandstofprijzen invloed kunnen hebben op de totale koopkracht”, schrijft staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief vandaag aan de Tweede Kamer in antwoord op vragen van de PVV. 

Een hoge benzineprijs is niet slecht voor de staatskas. 59 procent van de benzineprijs bestaat uit belastingen. 17 procent is btw en nog eens 42 procent is accijns, rekent United Consumers voor. Aan productie (32 procent) en de marge van de pomphouder (9 procent) is de tanker een stuk minder kwijt. 

Belasting niet verlaagd

Om de benzineprijzen te drukken zouden dus ook de belastingen verlaagd kunnen worden, stelt de PVV voor. Maar dat ziet Vijlbrief niet zitten. 

“Het kabinet is niet voornemens de belastingen op brandstoffen te verlagen” schrijft hij. Vijlbrief wijst erop dat de stijging van de brandstofprijzen vooral te danken is aan de stijging van de olieprijzen. “Daarin zit het grootste deel van de stijging van de afgelopen maanden. Dit is een kwestie van vraag en aanbod tussen afnemers en leveranciers.” 

Ga naar de bron